De Bananenschil, hij gaat lekker, of toch niet…

Als iemand met ME, Lyme of Long Covid ken je het vast.
Je doet iets dat je vaker doet zonder problemen. En dan nog iets, en dan nog iets. En al die dingen kun je in principe, maar je bent even uit het oog verloren dat al die dingen opgeteld toch wel een ietsiepietsie, ehm, veel te veel zijn geworden, en daar zie je jezelf gaan, in slow motion, een forse sliding over de bananenschil, hard crashend in een PEM(Post Exertional Malaise, ofwel verergering van klachten na (een meestal kleine) inspanning).
Zo had ik de laatste maanden even veel te veel op mijn bordje, met acute mantelzorg, het beginnen van mijn praktijk, en we hadden thuis besloten eindelijk wat achterstallig onderhoud op ons te nemen, nu het in principe zo goed gaat, en toen werd het ook weer even heel heet.
Tja, het ging ook heel goed, maar ik ben daarmee nog niet vrij van ME. Dus langzaam maar zeker voelde ik mezelf gaan.
Gelukkig krijg ik geen knetterende PEM’s meer, maar ik ging wel langzaam maar zeker weer flink achteruit. Dus mijn mooie voornemen van wekelijks een nieuwsbrief schrijven ging meteen de mist in.
Balen, maar ja, balen is niet leuk en balen helpt niet.
En dan kom ik meteen weer terug bij 1 van de 9 principes van de Neuromovement® die ik heb geleerd de laatste jaren:
Flexibele doelen
Dat lijkt een contradictie. Of je hebt een doel en dan wil je daar met de kortste route naar toe, of je zweeft een beetje DOELloos in de rondte.
Maar wat nu als je je doelen losjes als richting zou kunnen beschouwen. Ja, ik wil meer…. kunnen doen. Ja, ik wil beter worden. Ja, ik wil weer … kunnen.
Maar de manier waarop dat precies tot stand moet komen, en hoe lang dat gaat duren, dat weet je niet. En dat geldt zowel voor de grote doelen: ‘ beter worden’, als ook voor de kleine doelen, zoals een bepaalde oefening kunnen doen, of een bepaalde afstand kunnen lopen, of je ontbijtje zelfstandig kunnen maken, of wat voor jou dan ook nu maar relevant is.
Niets forceren
Ik deed vandaag een Neuromovement® oefening. Ik had deze voor het laatst een jaar of 3 geleden gedaan toen ik net met de opleiding was begonnen.
Ik kon de bewegingen toen totaal niet maken, alles deed pijn, ik was veel te stijf en had geen idee hoe ik dit voor elkaar kon krijgen. En al helemaal niet zonder er doorheen te proberen te forceren met veel kracht. De docenten moedigden mij aan om nog meer rust en pauzes te nemen, om telkens te kijken waar ik het nog makkelijker kon houden, met nog minder inspanning en forceren.
Dát was de winst, en geen falen. Nee, ik kon de bewegingen die gevraagd werden niet maken, en door die niet te maken, maar te kijken wat wél gemakkelijk ging kwam de winst. Op dat moment het doel aanpassen van ‘ik-moet-nu-net-als-de-rest-gewoon-deze-beweging-kunnen-maken’ naar: ‘waar vind ik het gemak en een pijnvrije zone?’ En dat was soms een tiende van de beweging maken, en soms de beweging alleen in gedachten maken.
Op die manier is mijn grote doel dichterbij gekomen.
Maak het onmogelijke mogelijk
Ofwel, zoals Anat Baniël, de grondlegger van de Neuromovement® dat beschrijft: ‘make the impossible possible’, ‘Maak het onmogelijke mogelijk’.
Geen 2 mensen zijn hetzelfde en iedereen moet flexibel zoeken naar de weg die voor hem of haar past.
In het zoeken zit de route naar het doel, het zoeken is wat je er brengt, niet het perfect doen van de oefeningen. Wat perfectie ook moge betekenen.
En ja, dat heeft me heel wat strijd met mijn frustratie opgeleverd. En elke keer weer terug naar: ‘Ok, en wat kan er wél?’ Terwijl de hele klas door de ruimte rolde en ik daar weer als een aangespoelde walvis lag te hijgen. Mezelf elke keer weer kalmeren. Dit is helemaal ok!
Dat is voor mij een van de grootste onverwachte winsten geweest van de Neuromovement®, dat ik veel flexibeler heb leren omgaan met het gat tussen wat ik wil en wat ik kan.
Nieuwe wegen
Juist door er niet doorheen te duwen, hebben zich nieuwe wegen geopend. En af en toe is daar dan toch de bananenschil. En dat is helemaal ok.

